Het herkennen, bestrijden en voorkomen van Phytophthora

Het herkennen, bestrijden en voorkomen van Phytophthora

De naam Phytophthora stamt af van het Griekse woord voor “plantenverwoester”. Bijna alle planten op de wereld kunnen geïnfecteerd worden door Phytophthora. Zo wordt de aardappelziekte, die zowel aardappelplanten als tomatenplanten kan treffen, door Phytophthora veroorzaakt. Tussen 1845 en 1850 heeft deze ziekte ervoor gezorgd dat bijna alle aardappels in Ierland vroegtijdig dood gingen, waardoor er meer dan een miljoen mensen dood gingen door de honger. Ook nu veroorzaakt Phytophthora grote problemen, zoals de plotselinge, massale sterfte van eiken bomen. Kortom, waar ter wereld je ook woont en welke plantensoorten je ook kweekt, het is raadzaam om te weten hoe je de symptomen van een Phytophthora infectie kunt herkennen en hoe je een Phytophthora infectie kunt voorkomen en genezen.

Symptomen van een Phytophthora infectie

Phytophthora kan de wortels, de stam, de takken, de bladeren en de vruchten van een plant infecteren. Daarnaast kan een infectie van de wortels of de stam ervoor zorgen dat andere delen van de plant een tekort aan water of mineralen krijgen. Voor planten die gevoelig zijn voor Phytophthora, is het daarom aan te raden om na een natte periode altijd te kijken of er geen symptomen van Phytophthora te zien zijn op de plant.

Wortelrot door Phytophthora

Phytophthora voelt zich vooral thuis in de aarde. Hier wachten de Phytophthora sporen totdat de grond nat wordt. Wanneer de bodem 18 uur of langer nat is, dan worden de Phytophthora sporen actief. Ze zijn dan in staat om planten te infecteren. In de bodem gaat Phytophthora vooral op zoek naar plekken waar de wortels beschadigd zijn. Deze beschadigingen kunnen ontstaan door dat mensen, dieren of insecten de wortels kapot maken. Ook kunnen de wortels beschadigen wanneer de grond te nat is, omdat er dan geen zuurstof in de grond zit.

tomaten wortels, Phytophthora
Jonge, gezonde wortels van een tomatenstek. De wortels zijn sterk en licht gekleurd.
Phytophthora tomatenplant
Wortels van een tomatenplanten die is geïnfecteerd met Phytophthora.

Wanneer de wortels wortelrot hebben gekregen door Phytophthora, dan is de buitenlaag van de wortels meestal roodbruin, zwartbruin of zwart van kleur. Normaal zijn wortels beige of geelwit gekleurd. Wanneer je over de aangetaste wortels wrijft, dan laat de buitenste laag los. Soms gebeurt dit al vanzelf. Er blijft dan alleen een wit, fijn draadje over, dit is de stele. Uiteindelijk sterven alle fijnere wortels af door de Phytophthora infectie, hierdoor blijven alleen de wat dikkere wortels over. Deze wortels kunnen ook besmet zijn met Phytophthora, naast de donkere buitenkant kan ook de verhouten binnenkant roodbruine vlekken vertonen. Bomen waarvan de wortels met Phytophthora zijn besmet, vallen sneller om wanneer het hard waait.

Phytophthora root rot, gezonde wortel, citrusboom wortelstelsel
Een gezonde wortel van een citrusboom. De buitenkant van de dikkere delen zijn geelbruin, terwijl de uiteinde dik en wit zijn.
Phytophthora rootrot, citrusboom wortelstelsel
Een wortel van een citrusboom die geïnfecteerd is met Phytophthora. De epidermis laat los, waardoor de de draadachtige, witte stele zichtbaar wordt.

Planten die leiden aan wortelrot hebben moeite met het opnemen van water en voedingsstoffen uit de bodem. Dit komt omdat het vaatstelsel dat water en voedingsstoffen van en naar de wortels transporteert door de Phytophthora verwoest wordt. Als een reactie op de schade sluit de plant de huidmondjes in de bladeren, waardoor er minder koolstofdioxide binnen komt. Hierdoor vindt er minder fotosynthese plaats in de bladeren, en heeft de plant minder energie om te herstellen van de schade die Phytophthora heeft aangericht. Aan de andere kant gaat de plant meer energie verbranden, om afweerstoffen aan te maken tegen de Phytophthora. Er wordt dan dus minder energie aangemaakt dan dat er verbruikt wordt. Hierdoor slinkt de voorraad opgeslagen suikers en zetmeel in de plant snel.

Phytophthora wortelrot
Een close up van de plaats waar Phytophthora ervoor heeft gezorgd dat de epidermis en de cortex los laat.
Phytophthora wortelrot
Doordat de epidermis en de cortex van deze wortel los zijn geraakt, is het transport in de wortel verstoord.

De kroon van een plant die aan wortelrot leidt, vertoont vaak tekenen van uitdroging, zoals verwelkte bladeren, hangende bladeren, slappe bladeren of krullende bladeren. Uiteindelijk zullen de bladeren en het uiteinde van de takken afsterven en vallen. Soms sterven hele delen van de kroon af. Wanneer de infectie mild is, dan zie je na een tijdje tekenen van een mineralen tekort. De bladeren worden dan meestal geel. Bij tekenen van uitdroging of een mineralen tekort is het daarom altijd belangrijk om na te gaan wat de conditie van het wortelstelsel is.

citrusboom, wortels
Gezonde wortels van een citrusboom, met een lichte kleur en veel vertakkingen.
Phytophthora
Wortels met een Phytophthora infectie, de wortels zijn donker en de buitenkant laat los.

Phytophthora infectie van de stam en takken

Wanneer water uit een bodem waarin Phytophthora voorkomt op spat, dan kan de stam en de laag hangende takken van een boom of struik besmet raken. Dit veroorzaakt meestal beschadigen, die op wonden lijken. Deze plekken zijn meestal donker bruin of zwart gekleurd. Uit de wonden, die soms zacht aan voelen, stroomt vaak sap of hars. Wanneer de bast weg wordt gesneden, dan zie je vaak dat de binnenkant van het hout nat lijkt, alsof het een tijd in water heeft gelegen. Ook kan de binnenkant rood bruine vlekken vertonen. 

Phytophthora infectie, gummiosis
Een wond op een kersenboom veroorzaakt door Phytophthora. Kenmerkend zijn het sap dat uit de wond loopt en de zwarte bast.
Phytophthora houtrot
Onder de wond zie je waar Phytophthora het hout heeft aangetast, het houd is roodbruin geworden en lijkt nat.

Wanneer de stam of een tak besmet is met Phytophthora, dan vertonen de takken en bladeren boven het geïnfecteerde gebied meestal ook symptomen. Deze symptomen worden niet veroorzaakt door de Phytophthora zelf, maar doordat voedingsstoffen uit de bodem niet voorbij het beschadigde gebied komen. Phytophthora tast namelijk het floëem van de verhouten delen van de plant aan. Het floëem zijn vaten die de suikers, aminozuren en hormonen door de plant heen verspreiden. Wanneer een groot deel van het floëem in de stam beschadigd is, dan gaat de plant uiteindelijk dood, doordat de wortels geen voedingsstoffen meer krijgen.

Phytophthora infectie van het blad

Phytophthora kan niet alleen de wortels en de stam van een plant besmetten, maar ook de bladeren. Dit kan op twee manieren gebeuren. Allereerst kunnen spetters van plassen rondom de plant de Phytophthora op laag hangende bladeren komen. Daarnaast kan de wind waterdruppels die Phytophthora sporen bevatten van blad naar blad blazen. Doordat de bladeren van planten meestal zachter zijn dan wortels, kan de Phytophthora het blad binnendringen zonder dat deze beschadigd zijn.

Er zijn verschillende symptomen die wijzen op een Phytophthora infectie van het blad. Meestal worden delen van het blad bruin, zwart of paars. Deze vlekken zijn zowel aan de bovenkant als de onderkant van het blad te zien. Een belangrijk kenmerk van de kleur van deze vlekken is dat de rand van de vlekken langzaam overloopt in de kleur van het blak, alsof de randen met waterverf zijn geschilderd. Wanneer het vochtig is geweest, dan kun je een witte, schimmelachtige waas op de verkleurde plekken zien.

Rot van vruchten en knollen door Phytophthora

De vruchten van een plant kunnen net als de bladeren door opspattend water of door vliegende waterdruppels worden besmet. Vruchten die direct op de grond liggen en knollen, zoals aardappels, kunnen ook zonder opspattende of vliegende waterdruppels besmet worden door de Phytophthora die in de bodem zit. De besmette vruchten krijgen vaak bruine of zwarte vlekken. In veel gevallen wordt de vrucht zacht rondom de vlekken. Wanneer de lucht rondom de besmette vruchten vochtig is, dan kan er een witte, schimmelachtige laag op de plekken ontstaan.

tomaten rot, Phytophthora
Wanneer het weer vochtig is, dan kunnen tomaten besmet raken met Phytophthora.
Phytophthora, tomatenrot
Vooral grote tomaten zijn gevoelig voor Phytophthora, waardoor ze bruine rot plekken krijgen.

Verzorgingstips om Phytophthora te voorkomen

Phytophthora is een zeer harde ziekteverwekker. Zelfs na langdurige vorst en droogte zijn er nog levensvatbare Phytophthora sporen te vinden in de aarde. Het is daarom bijna onmogelijk om de aanwezigheid van Phytophthora in de tuin helemaal te voorkomen. Om de aanwezigheid van Phytophthora zo veel mogelijk te beperken en te voorkomen dat de planten besmet raken met Phytophthora zijn er enkele dingen die je kunt doen. Wanneer je planten kweekt die gevoelig zijn voor Phytophthora kunnen deze verzorgingstips gecombineerd worden met de natuurlijke bestrijdingsmiddelen tegen Phytophthora die verderop besproken worden. Naast deze verzorgingstips is het belangrijk om de plant voldoende licht en plantenvoeding te geven, omdat dit de weerstand van de plant verhoogd.

Grond

De Phytophthora sporen worden actief wanneer ze minimaal 18 uur in contact zijn geweest met water. Om te voorkomen dat Phytophthora schade kan aanbrengen aan planten, is het belangrijk dat de grond nooit te nat wordt. Er zijn verschillende factoren die er samen voor zorgen dat de grond nooit te veel water bevat.

Volle grond

Allereerst is het belangrijk om naar de samenstelling van de grond te kijken. Planten die in een bodem groeien waarin veel klei en/of silt zit, worden over het algemeen sneller besmet met Phytophthora dan planten die in een zandrijke bodem gekweekt worden. Dit komt omdat silt en klei veel meer water vasthouden dan zand. Na een lange regenbui of een irrigatie duurt het dan langer voordat het water weg is gestroomd naar diepere grondlagen of voordat het uit de drainage gaten van de plantenbak is gestroomd. Probeer gevoelige planten daarom altijd in een bodem te kweken die minimaal 40% zand bevat.

De samenstelling van de grond in de tuin, ook wel de volle grond genoemd, is moeilijker om te veranderen. Om planten die gevoelig zijn voor Phytophthora te beschermen zou je op de plekken waar je deze planten wilt kweken een stuk van de grond kunnen afgraven en kunnen vervangen. Het is belangrijk dat je de grond dan afgraaft tot de diepte waarop de meeste wortels groeien. Voor de meeste moestuinplanten betekent dit dat je de grond in een straal van 20 tot 30 centimeter rondom de stam van de plant graaft tot een diepte van 40 tot 50 centimeter. Het gat vul je dan met een grond mengsel van twee delen grof zand, één deel fijn dennen boomschors en twee delen potgrond.

Een andere optie is om verhoogde kweekbedden te maken. Voor kleinere gebieden kun je een moestuinbak frame kopen met een open bodem. De moestuinbak vul je dan met hetzelfde grondmengsel als hierboven beschreven. Ook hier is het belangrijk dat het grootste deel van de wortels in contact staan met de zandrijke grond en niet met de bestaande silt en/of klei grond.

Phytophthora, volle grond, moestuinbak
Om Phytophthora te voorkomen, moeten de verhoogde moestuinbakken minimaal 20 centimeter hoog zijn.
Phytophthora, moestuinbak, klei grond
Wanneer de groei van Phytophthora gepromoot wordt door een zware, klei rijke grond, dan kan een verhoogde moestuinbak een uitkomst bieden.

Verder is het belangrijk om naar de bewerking van de grond te kijken. Hoe steviger de grond is aangedrukt, ofwel hoe compacter de grond is, hoe groter de kans op Phytophthora is. Dit komt omdat water minder snel wegstroomt uit een compacte grond en omdat er minder zuurstof in de bodem zit. Dit zorgt er niet alleen voor dat Phytophthora sporen sneller actief worden, maar ook dat de planten een minder vitaal wortelstelsel ontwikkelen.

Grond compactie voorkomen doe je door te voorkomen dat je op de plekken loopt waar de planten groeien en door geen zware machines te gebruiken. Wanneer de grond eenmaal compact is, dan kun je wormen aan de grond toevoegen. Deze maken gangen in de aarde waardoor de grond minder compact wordt. Daarnaast is het belangrijk om regelmatig organisch materiaal aan de bodem toe te voegen, bijvoorbeeld in de vorm van gevallen bladeren, compost, groenbemester of kippenmest. Meer daarover kun je hieronder lezen, in het stuk over middelen voor de bestrijding van Phytophthora.

Potgrond

Wanneer je gevoelige planten in een plantenbak kweekt, dan is het raadzaam om kant-en-klare potgrond aan te vullen met zand en boomschors. Een eenvoudige manier om de bodem beter te beschermen tegen Phytophthora is om twee delen grof zand, zoals brekerzand, één deel fijn dennen boomschors en twee delen kant-en-klare potgrond te mengen. Het zand en de boomschors zorgen ervoor dat water sneller uit de grond kan stromen. De potgrond kan het beste zo min mogelijk turf bevatten, omdat dit de groei van Phytophthora kan stimuleren. 

Water

Phytophthora is vooral een probleem in natte gebieden. In Nederland en België regent het regelmatig, en vaak ook nog eens hard. Hierdoor vorm Phytophthora vaak een probleem in onze tuinen. Niet alleen regen, maar ook water uit de tuinslang kan voor problemen zorgen. Het is daarom belangrijk om te weten hoe nat de bodem is, zodat je voorzorgsmaatregelen kunt nemen om je planten tegen Phytophthora te beschermen.

Water in de grond

Om in de gaten te houden hoe nat de bodem wordt na een lange regenbui is het aan te raden om met een tensiometer te werken. Een tensiometer is een eenvoudig apparaatje dat je in de grond stopt. Wanneer de waarde op de tensiometer meer dan 18 uur tussen de 0 en -100 hPa of -10 kPa blijft, dan is de grond nat genoeg om Phytophthora sporen te activeren. Komt de waarde van de tensiometer na een regenbui langdurig boven de -100 hPa of -10 kPa, dan is het verstandig om de samenstelling van de grond te controleren. Komt de waarde van de tensiometer na een irrigatiebeurt boven de -100 hPa of -10 kPa uit, dan is het verstandig om langer te wachten voordat je water geeft en/of korter te sproeien.

Probeer te voorkomen dat de grond verzadigd raakt met water. Wanneer dit gebeurt dan wordt al de lucht en daarmee de zuurstof uit de aarde geduwd. Door dit zuurstofgebrek beschadigen de wortels van de plant. Wanneer de grond verzadigd is, er weinig zuurstof in de grond zit en er Phytophthora sporen in de grond zijn, dan is de kans groter dat de plant last krijgt van wortelrot. Daarnaast is de kans dat de plant dood gaat aan de wortelrot vele malen groter wanneer de grond weinig zuurstof bevat dan wanneer de grond wel voldoende lucht bevat. Dit komt omdat de wortels in de zuurstofarme omgeving geen energie kunnen vrijmaken om nieuwe wortels te produceren. Daarnaast hebben de planten ook geen energie over om natuurlijke afweerstoffen te produceren wanneer er een tekort aan zuurstof is.

Water in de lucht

Niet alleen water in de grond, maar ook water in de lucht kan een probleem veroorzaken. De bladeren en vruchten van planten kunnen besmet raken met Phytophthora doordat de wind een druppel water waarin Phytophthora sporen zit mee waait of omdat water uit de grond opspat. Om de verspreiding door de wind te voorkomen, kunnen gevoelige planten, zoals tomaten, worden beschermd met hoezen. Om besmettingen door opspattend water te voorkomen kan het helpen om een mulch of gravel laag rondom de planten te leggen.

Phytophthora, stolp
Stolpen kunnen kleine planten beschermen tegen Phytophthora in de lucht.
Phytophthora, folie
Grotere planten kunnen afgedekt worden met folie om Phytophthora sporen tegen te houden.

Het is ook belangrijk om paden in de tuin te bedekken met stenen of gravel, zodat er geen plassen ontstaan. De grond onder de paden is meestal compacter dan in de kweekbedden. Hierdoor ontstaan er sneller plassen op de paden. Deze plassen zijn geliefd bij Phytophthora. Wanneer er door de plassen gelopen wordt, dan kan de actieve Phytophthora mee de kweekbedden in genomen worden via de spetters en onder de schoenen.

Plantenbakken

Wanneer je gevoelige planten in een plantenbak of kweekbakken kweekt, dan is het belangrijk om naar het ontwerp van de plantenbak of de kweekbak te kijken. Als eerste is het niet verstandig om een plantenbak met een waterreservoir te gebruiken. Zoals eerder verteld kunnen Phytophthora sporen alleen actief worden wanneer ze minimaal 18 uur in contact zijn geweest met water. Heeft de plantenbak een ingebouwd waterreservoir dan is er bijna altijd een verbinding tussen het water in het reservoir en de potgrond. Via deze verbinding kan Phytophthora in contact komen met de wortels en zo de plant infecteren.

Als tweede is het belangrijk dat de plantenbak voldoende drainage gaten bevat. Wanneer er water in een plantenbak wordt gegoten, dan zal een deel van het water vast gehouden worden door de deeltjes waaruit de aarde bestaat en een deel van het water zal door de zwaartekracht naar beneden worden getrokken. Het water dat door de zwaarte kracht naar beneden wordt getrokken probeert een uitweg te vinden. Hoe meer gaten er in de bodem van de plantenbak zitten, hoe sneller dit water weg zal stromen. Het is daarom belangrijk aan te raden om planten die gevoelig zijn voor Phytophthora in een zeer doorlaatbare plantenbak te kweken, zoals een AirPot.

Als laatste is het belangrijk dat de bodem van de plantenbak of kweekbak niet in contact staat met een natte ondergrond. Meestal worden plantenbakken op een opvangbak of direct op de grond gezet. Hierdoor komt de onderkant van de plantenbak in contact met het water dat uit de pot is gestroomd. Dit creëert hetzelfde probleem als bij plantenbakken met een waterreservoir. Het is daarom belangrijk om de plantenbakken van de grond of van de opvangbak op te lichten, bijvoorbeeld door voetjes of een laagje kiezels onder de bak te plaatsen.

Middelen voor de bestrijding van Phytophthora

Phytophthora kan in enkele dagen verschillende planten verwoesten. Wanneer de symptomen van een Phytophthora infectie opvallen, is het voor veel planten al te laat. Het is dus belangrijk om zo snel mogelijk nadat planten symptomen van een Phytophthora infectie vertonen te beginnen met de ziekteverwekker te bestrijden. In veel gevallen kan het ook helpen om planten preventief tegen Phytophthora te behandelen. Dit geldt vooral voor planten die bloot gesteld zijn aan een natte bodem en één jarige planten die gevoelig zijn voor Phytophthora, zoals tomatenplanten en aardappelplanten.

Er zijn enkele kunstmatige bestrijdingsmiddelen beschikbaar tegen Phytophthora. Deze zullen we op deze pagina niet bespreken, omdat deze een negatief effect hebben op het milieu. In de professionele aardappelkwekerij wordt er tijdens het kweekseizoen soms wel wekelijks gespoten met bestrijdingsmiddelen om Phytophthora te bestrijden. In Nederland wordt er alleen op aardappels per jaar naar schatting 1.400.00 kilo fungicide gespoten om Phytophthora te voorkomen. Ondanks dat de oogst een stuk groter is door het gebruik van deze fungicide, bouwen de Phytophthora micro-organisme resistentie op tegen het middel en verkleind het aantal goede micro-organisme in de grond. Hieronder bespreken we dan ook alternatieven voor de standaard bestrijdingsmiddelen.

Phytophthora bestrijden met micro-organisme

Er is steeds meer aandacht voor de kracht van "onschuldige" micro-organisme om schadelijke micro-organisme, zoals de Phytophthora, te bestrijden. Trichoderma schimmels en de Bacillus amyloliquefaciens en Bacillus subtilis bacteriën zijn vaak succesvol in het bestrijden en voorkomen van Phytophthora. Dit komt waarschijnlijk omdat deze drie micro-organisme cellulase produceren. Dit is een enzym dat cellulose afbreekt. Normaal gebruiken deze micro-organisme het enzym om voedingsstoffen uit dode plantenresten te halen. De buitenste laag, ofwel de celwand, van een Phytophthora oomycete bestaat voor een groot deel uit cellulose. Wanneer de celwand van de Phytophthora in contact komt met het cellulase enzym, dan lost dit op. Hierdoor gaat de Phytophthora dood.

De Bacillus amyloliquefaciens, Bacillus subtilis en Trichoderma kunnen toegepast worden om Phytophthora te voorkomen en te bestrijden. Deze micro-organisme kunnen aan de aarde worden toegevoegd. De meeste commerciële producten waar deze micro-organisme bestaan uit korrels of een poeder dat door de grond gemengd wordt. Zo bevatten DCM Vivisol en Bio Nova Micro Life de bacterie Bacillus amyloliquefaciens en bacterie Bacillus subtilis. Trichoderma vindt je in de Terra Plus potgrond van BioGanna.

Om Phytophthora in de bodem te bestrijden is het belangrijk om minimaal één keer per jaar een dosis van een product dat de bacterie bevat en een dosis van een product dat de Trichoderma schimmel bevat aan de aarde toe te voegen. Op die manier hebben planten die lijden aan wortelrot door Phytophthora een grotere kans om te herstellen. Daarnaast kan de jaarlijkse toevoeging van de bacteriën en schimmels aan de aarde de Phytophthora populatie klein houden, waardoor besmettingen voorkomen kunnen worden.

Wanneer je bakken gaat vullen met potgrond, inclusief zaaibakjes, dan kun je één tot twee weken voor het planten of zaaien al een bacterie en schimmel mengsel toevoegen. Op die manier kunnen de micro-organisme zich vermeerderen, waardoor de kans kleiner is dat de nieuwe, kwetsbare planten besmet worden met Phytophthora. Het komt vaak voor dat planten en zaden al bij de kwekers besmet zijn met Phytophthora. Door de grond zo goed mogelijk voor te bereiden is de kans kleiner dat de Phytophthora zich verder kunnen vermeerderen en grote schade kunnen veroorzaken in hun nieuwe thuis.

In dit artikel proberen we niet alleen naar de bestrijding van Phytophthora te kijken, maar ook naar het effect van de bestrijdingsmiddelen op het milieu. De meeste middelen die hier besproken worden zijn pas recent ontdekt en nog experimenteel. Hierdoor kan het zijn dat ze in de toekomst toch een negatief effect hebben op ons of het milieu. Toen kunstmatige bestrijdingsmiddelen voor het eerst werden gebruikt, was het vaak ook nog niet bekend dat ze ziektes zoals kanker konden veroorzaken, resistente ziekteverwekkers konden creëren en het bodemleven konden verstoren. Het is daarom belangrijk om regelmatig te controleren welke nieuwe ontdekkingen er gedaan zijn over de methoden die je in de tuin gebruikt, ook al zijn ze bestempeld als "natuurlijk" of "biologisch".

Phytophthora bestrijden met grondverbeteraars

Grond verbeteraars zijn producten die je door de bodem of potgrond mengt om de kwaliteit van de grond te verbeteren. Doordat de structuur en/of de samenstelling van de grond beter wordt door een grondverbeteraar, kunnen planten beter water en voedingsstoffen opnemen en kan het bodemleven floreren. Hierdoor wordt de weerstand tegen ziekteverwekkers en andere plagen beter, waardoor planten minder snel ziek worden. Om de weerstand tegen Phytophthora nog meer te verhogen, kun je de grondverbeteraars combineren met een product waarin goede schimmels en bacteriën zijn verwerkt, zoals hiervoor beschreven.

Mulchen tegen Phytophthora

Om de weerstand tegen Phytophthora in de grond te verhogen, is het belangrijk om de groei van de Trichoderma schimmels en de Bacillus amyloliquefaciens en Bacillus subtilis bacteriën te stimuleren. Deze micro-organisme leven vooral van cellulose. Het is daarom aan te raden om minimaal één keer per jaar de hoeveelheid cellulose in de grond aan te vullen. Dit kan door middel van een mulch laag van verse, eventueel versnipperde, bladeren en takken van bomen en struiken.

Groenbemester tegen Phytophthora

Groenbemesters zijn planten die door de grond worden geschoffeld om de hoeveelheid organisch materiaal in de grond te verhogen. Door het gebruik van de groen semester is de drainage van de grond beter, groeit er minder onkruid en zitten er meer voedingsstoffen in de bodem. Dit alles zorgt ervoor dat de vitaliteit van de planten beter wordt en dat het bodemleven floreert.

Anders dan bij een mulch wordt de groenbemester gezaaid in de grond waarin ze later verwerkt worden. Wanneer mosterd als groenbemesters wordt gebruikt, dan is de hoeveelheid Phytophthora in de grond in het volgende seizoen meestal lager. Als Phytophthora een probleem is in de moestuin, dan kan het gebruik van mosterd als een groenbemester een goedkope en eenvoudige manier zijn om de planten te beschermen.

Compost en mest tegen Phytophthora

In compost en mest zitten verschillende nuttige micro-organisme. Door compost of mest door de aarde of de potgrond te mengen, wordt hiermee het bodemleven verrijkt. Wanneer je ervoor kiest om compost te gebruiken om de aarde te verrijken, kies dan voor compost die minimaal 15 dagen een temperatuur van 60 graden Celsius heeft gehad. Onder deze omstandigheden kan Phytophthora namelijk niet overleven. De meeste kleine composthopen worden maar 40 graden Celsius. Het is daarom aan te raden om commercieel compost te kiezen, omdat deze van grotere composthopen komen waar de temperatuur kan oplossen tot 60 tot 70 graden Celsius.

Kies je ervoor om mest te gebruiken, dan kun je het beste verse kippenmest gebruiken. Mest van andere dieren en mest die gecomposteerd is, werkt volgens onderzoek niet om de Phytophthora populatie in de aarde te verminderen. Verse kippenmest is meestal niet in de winkel te vinden, daarom kun je deze methoden alleen toepassen wanneer je zelf kippen houdt of wanneer je iemand kent die kippenmest wilt schenken.

Phytophthora bestrijden met essentiële oliën en extracten

Oliën uit en extracten van planten bevatten vaak chemische verbindingen die een negatief effect hebben op ziekteverwekkers. Net als de werkzame stoffen in conventionele bestrijdingsmiddelen zorgen ze ervoor dat een bepaalde functie van de ziekteverwekker niet meer werkt, waardoor deze dood gaat. De werking van producten op basis van planten is dus geen hocus pocus, maar scheikunde. Hierdoor kleven er ook wat nadelen aan het gebruik van plantaardige oliën en extracten. Zo kunnen ze in bepaalde hoeveelheden giftig zijn voor planten of dieren en kunnen mensen er allergisch voor zijn. Het onderzoek naar deze alternatieve middelen is nog jong, waardoor het niet altijd zeker is wat de korte en lange termijn gevolgen zijn van het gebruik van de middelen.

Essentiële oliën tegen Phytophthora

Er zijn verschillende essentiële oliën die Phytophthora lijken te kunnen bestrijden. Citroengras olie, citroen tea tree olie, zure sinaasappel olie, oregano olie, neem olie, pepermunt olie, bonenkruid olie, palmarosa olie, tijm olie en hysop olie kunnen allemaal helpen om de groei van Phytophthora te remmen. Sommige van deze oliën kunnen in bepaalde concentraties niet alleen ziekteverwekkers, maar ook de planten zelf en goede insecten beschadigen. Het is daarom aan te raden om het olie mengsel eerst uit te testen op een enkele zaailing of een enkel blad van de plant die je gaat behandelen. Op die manier weet je of het mengsel niet nadelig is voor de specifieke plantensoort waarop je het gaat gebruiken.

Wanneer je besluit om olie te gebruiken om Phytophthora te bestrijden is het aan te raden om met een mengsel van 1% olie. Stel dat je 100 milliliter bestrijdingsproduct wilt maken, dan meng je 1 milliliter essentiële olie, dit mag ook een mengsel van meerder soorten zijn,  0,5 milliliter emulgator polysorbaat 20 en 98,5 milliliter water. De emulgator polysorbaat 20 is verkrijgbaar van Chi, waar het gewoon "emulgator" heet.

Zonlicht, water en zuurstof zorgen ervoor dat de werkzame stoffen in de essentiële oliën snel kunnen afbreken. Hierdoor werken de essentiële oliën meestal maar kort. In de zomer kan het bijvoorbeeld zijn dat een essentiële olie veel minder effectief is in het bestrijden van Phytophthora dan in de winter. Om ervoor te zorgen dat de essentiële oliën hun werk kunnen doen, kun je een aantal maatregelen nemen om de effectiviteit te vergroten:

Allereerst kun je het mengsel beter ’s avonds, na zonsondergang, aanbrengen. Op die manier heeft het enkele uren de tijd om te werken voordat de zon de afbraak van de oliën versneld. Daarnaast kun je de grond of zelfs de hele plant afdekken na het sprayen. Op die manier kan de olie zijn werk doe, zonder weggevaagd te worden door wind en regen. Laat de afdekking niet te lang zitten, omdat dit de toegang tot koolstofdioxide en zuurstof kan belemmeren. Als laatste is het belangrijk om regelmatig te sprayen, het liefst elke vijf tot zeven dagen. Door regelmatig de essentiële olie aan te brengen heeft de Phytophthora populatie minder kans om te herstellen in de tijd dat de werkzame stoffen zijn afgebroken.

Planten extracten tegen Phytophthora

Naast essentiële oliën zijn er ook planten extracten die Phytophthora kunnen bestrijden. Knoflook extract is één van de beste extracten om Phytophthora te bestrijden. Knoflook extract kun je zelf maken. Hiervoor mix je per gram knoflook één milliliter water in een blender. Meestal is het nodig om minimaal 100 gram knoflook met 100 milliliter water te maken, omdat blenders het vaak niet goed doen wanneer er te weinig in zit. Het mengsel giet je door een kaasdoek, zodat alle knoflook stukjes eruit zijn. Vervolgens meng je 5 milliliter van het knoflook mengsel met 95 milliliter kraanwater. Dit giet je over de plant en de aarde heen. Vanwege de geur van het mengsel is deze methode minder geschikt voor kamerplanten.

Naast knoflook zijn er enkele andere extracten die kunnen helpen tegen Phytophthora. Een extract van zuring en een extract van de bast van een sporkehout struik kunnen helpen. Meng hiervoor 5 gram gedroogde en zeer fijn gemalen zuring of sporkehout met 10 milliliter zuivere alcohol en 85 milliliter kraanwater. Laat dit enkele dagen in een afgesloten bak of fles trekken. Giet het mengsel op de aarde en spuit het op de bladeren van de plant.

Overige extracten tegen Phytophthora

Er zijn enkele andere natuurlijke extracten die Phytophthora kunnen verminderen. Ze kan pure eugenol, een stof die in veel essentiële olien voorkomt, helpen om Phytophthora te bestrijden. Hiervoor meng je 2 milligram eugenol per 100 milliliter water. Dit spray je net als een mengsel van essentiële olie elke 5 tot 7 dagen op de delen van de plant die aangetast zijn of op de aarde rondom planten die leiden aan wortelrot. Het voordeel van pure eugenol is dat je zeker weet dat er voldoende eugenol wordt toegediend. Het type en de hoeveelheid werkzame stoffen uit een essentiële olie kunnen per seizoen en per kweker verschillen.

Een ander middel dat kan kan helpen om Phytophthora te voorkomen en te bestrijden is chitosan. Dit is een extract dat afkomstig is uit de schil van kreeftachtige, zoals garnalen. Chitosan is vooral effectief om zaailingen en stekken te beschermen tegen de omvalziekte, veroorzaakt door Phytophthora. Meng hiervoor 2 milligram chitosan, 1 milligram emulgator, zoals de Chi emulgator, en 100 milliliter water. Spray de grond na het zaaien in met dit mengsel, en doop de zaailingen in het mengsel wanneer je ze gaat verplanten. Op die manier is de kans op de omvalziekte door Phytophthora minder groot.

Advies nodig?

Wanneer je advies wilt over de symptomen die en plant vertoont, kun je contact met ons opnemen. Op de contact-pagina staat een lijstje met vragen die ons verder kan helpen om je van een goed advies te voorzien.

Bronnen en verder lezen